Leylijnen en mariabeelden

Mijn naam is Joke Visker – Lievaart (1950).
Al heel lang geleden ontstond de interesse in oude en heilige plaatsen. Samen met mijn man reis ik regelmatig door het (buiten)land om deze plaatsen te bezoeken. Op zoek naar verbinding kom ik ofwel terecht in de natuur, ofwel op plekken waar al vanouds de aarde-resonantie werd gevoeld.
Het zijn plaatsen waar de trilling hoger is dan de omgeving. Je vindt er steenkringen en hunebedden, oude kerken en kathedralen van voor 1350.
Voor mij zijn het de krachtplaatsen of gewijde plaatsen van Moeder Aarde. Vaak vormen ze met elkaar een rechte lijn in het landschap. We noemen dat leylijnen. Tijdens de lezing vertel ik over leylijnen en hoe ze in de oudheid gevonden werden.
Soms is er een bijzonder verhaal verbonden aan de plaats waar de kerk gebouwd is. Veel van die plaatsen zijn op een later moment hergebruikt en gekerstend.

Waar ga ik over vertellen?

1: Leylijnen en heilige plaatsen
2: Een kerk bouw je niet zomaar ergens
3. Waarnemen in je lichaam en in de natuur
4: Maria’s in Noord-Holland

1: Leylijnen en heilige plaatsen
Heilige plaatsen staan vaak op een leylijn of een leycentrum. Een leylijn zou je kunnen beschrijven als een rechte lijn die kerken, kastelen en heilige plekken met elkaar verbindt. Een leycentrum wordt gevormd door een knooppunt van deze lijnen. Leylijnen volgen de energiebanen over de aarde.

2: Een kerk bouw je niet zomaar ergens
Bouwmeesters hielden rekening met verschillende factoren. Er zijn ook andere lijnen die een rol speelden bij de kerkenbouw. Die lijnen liggen in de aarde en worden grids (roosters) genoemd, omdat ze een regelmatig patroon laten zien. Er werd ook rekening gehouden met de zon (oost-westrichting, altaren). Kerken waren gewijde plekken waar mensen naar toe gingen om hun geloof te beleven. Na de opkomst van het Christendom werden veel heiligdommen gekerstend. Dat konden ook bomen, bronnen of stenen zijn. Ze werden in een kerkelijk jasje gegoten. Maria speelde daarbij een grote rol.

3. Waarnemen in je lichaam en in de natuur
Sommige mensen pakken de energie op van een ‘heilige’ (gewijde) plek. Ook dieren en bomen kunnen aanwijzingen geven over de energie van de plek.

4: Maria’s in Noord-Holland
We kijken naar vier Mariabeelden uit de omgeving. Ze hebben allemaal hun eigen verhaal. En waar zou Maria van Sijbekarspel gebleven kunnen zijn?

Op deze dia staan de hoofdrolspelers van deze presentatie. Stuk voor stuk zijn het krachtplaatsen. Stuk voor stuk vormen ze een knooppunt van leylijnen.
De plaatsen Keins, de Mijzen en Hoorn zijn door leylijnen met elkaar verbonden. Keins, de Mijzen en Wognum vormen samen een iets kleinere driehoek.
De Mariabeelden vertellen allemaal hun eigen verhaal. Het Mariabeeld van Keins was volgens de legende het boegbeeld van een Portugees schip. Wognum vormt een verbinding tussen een bron en een hunebed, en tussen een plaats waar niets gebouwd is en een koningsterp. Onder de rode loper loopt een belangrijke energielijn. In de Mijzenpolder heeft een klein kerkje gestaan. Het was een bedevaartsoord voor hooggeplaatst publiek. Het speciale Mariabeeld van Scharwoude werd gered van de golven. Hier zit Maria op de ‘Troon der Wijsheid’. In Hoorn wordt Maria gezien in een visioen en meert er een schip aan met een Mariabeeld. En in Sijbekarspel werd tenslotte een bijzonder Mariabeeld in 1637 verwijderd. We hebben het tot nu toe niet weten op te sporen. Zou het voorgoed verdwenen zijn?

Leylijnen en heilige plaatsen

Leylijnen zijn rechte lijnen die heilige of gewijde plaatsen met elkaar verbinden. Het zijn banen van energie die door het landschap stromen. Ze volgen de natuurlijke energie. Onderweg komen ze grotten, bergen, water en andere obstakels tegen. Daar lopen ze natuurlijk omheen. Ze zijn dus niet zo kaarsrecht als je ze op een kaart getekend ziet. De ondergrond speelt ook een rol (aardbreuken).

Ze verbinden bronnen, heilige bomen, steenkringen, kerken, kastelen.
Op deze leylijnen vind je vaak eeuwenoude heiligdommen, van steencirkels zoals Stonehenge tot kerken en kathedralen. Je vindt er bronnen en ‘heilige’ bomen.
Oude natuurvolken herkenden deze energie en bouwden er hun heiligdommen op.
Ze liggen op de aarde en volgen de energie. Leylijnen volgen een natuurlijke weg en zijn niet gebonden aan patronen, zoals andere bekende netwerken (Hartmann, Curry). Ze liggen op de aarde en komen niet uit de aarde.

Ze vormen dus geen regelmatig patroon.
Ze zijn herontdekt door Alfred Watkins (Engeland, 1921) Vanaf de 19e eeuw waren er verschillende mensen die opmerkten dat oude heiligdommen zich op een rechte lijn bevonden. Alfred Watkins herontdekte dit in toen hij op zijn paard door de omgeving reed. Als in een flits werd hij zich hiervan bewust. Hij dacht dat deze rechte lijnen oude handelsroutes waren. Vanwege de vele plaatsen met ‘ley’ in de naam noemde hij deze rechte lijnen leylijnen. Soms liepen de lijnen over onmogelijke plaatsen, dus het klopte niet helemaal.

Een kilometerslange leylijn Michaël lijn

Bij Wijnaldum in Friesland kruisen twee kilometerslange leylijnen kruisen elkaar. De langste ervan wordt de Michaëlslijn genoemd en loopt door Noord-Holland. Op die lijn vind je veel kerken die gewijd zijn aan de aartsengel Michaël. Michäelskerken staat meestal op hoogtes. Deze leylijn heeft een lengte van 4000 kilometer. Hij begint in Santiago de Compostella in Spanje en eindigt bij Argangelsk in Rusland (Michaëlsklooster). De tweede leylijn begint bij de Externsteine in Duitsland en eindigt bij Wijnaldum. Die laten we hier verder buiten beschouwing.

Op de Michaëlslijn liggen een aantal krachtplaatsen. De kathedraal van Santiago de Compostella in Spanje, de steenrijen van Carnac en de Mont Saint Michel in Frankrijk. In Nederland komt de Michaëlslijn aan in Hargen (‘Harag’> Heiligdom) en loopt via Keins bij Schagen (Mariakapel), Oosterland (Michaëlskerk) en Harlingen (Michaëlskerk) naar Wijnaldum (Koningsterp). Van Wijnaldum volgt de lijn zijn weg naar het eiland Sylt bij de Duits-Deense grens. (megalitisch graf). Vandaar loopt hij via Stockholm in Zweden naar het Michaëlsklooster in Archangelsk , Rusland.

Wijnaldum als knooppunt Wijnaldum als knooppunt

Wijnaldum is een van de krachtigste leycentra van West-Europa. In de naam kun je ‘Wij’ van gewijd terugvinden. De betekenis zou dan heilig oudheem of heilig tempelheem kunnen zijn. Het centrum ligt op de Koningsterp (foto 1). Daar heeft nooit een kerk gestaan. Die staat iets verderop in het dorp. In de terp zou de Friese koning Finn zijn begraven. Er is een mantelspeld (fibula) en een goudschat gevonden (foto 2). Midden op het leycentrum zou een zware eik gestaan hebben. Vanaf de terp lopen zo’n 75 kerkenlijnen (terwijl het gemiddelde ligt tussen de 22 en 32).
De leylijnen lopen van kerk naar kerk (of heiligdom). Zo loopt er b.v een leylijn naar de Vituskerk in Leeuwarden die53 km lang is. De lijn naar Stavoren is 35.5 km lang.
Vanaf Wijnaldum lopen er ook lijnen naar Santiago de Compostella in Spanje, naar Clervaux in Luxemburg en naar de Externsteine in Duitsland (foto 3).

Leylijnen in Noord-Holland

Hier zie je alle tot nu toe bekende leylijnen ingetekend op een kaartje van Google Earth. Je merkt dat je dan gelijk het overzicht verliest. Je kunt wel de grote driehoek van de derde dia terug vinden op deze kaart. Met name omdat die driehoek bij Keins begint en daardoor makkelijk te herkennen is. Je ziet dat de leylijnen een netwerk vormen en soms met elkaar verbonden zijn.
Ik ga straks de drie knooppunten van Keins, de Mijzen en Wognum laten zien. Hoorn wordt hierin meegenomen en heeft een bijzondere status omdat hier vier Mariabeelden een rol spelen: Maria van Scharwoude, Maria in de Zon van het visioen, Maria van Hoorn (piëta, Maria ter Nood) en Maria uit de Franciscaner Schuilkerk (Catharijne Convent).

Wichelen is van alle tijden

Op energierijke plekken werden vanouds heiligdommen gebouwd. De wichelaar was op zoek naar energiepatronen die geschikt waren voor de bouw van een kerk of heiligdom. Hij gebruikte daarvoor vaak een tak van een hazelaar. Hij kon zo waterlijnen en krachtplekken opsporen. Zo’n wichelaar was niet de eerste de beste.
Wichelen was een manier om de goede positie te bepalen voor het bouwen van een huis, een kerk, etc. De energie moest aansluiten bij het doel. Dus voor een kerk waren de wichelaars op zoek naar een andere energie dan voor een kasteel. Bij het bouwen van een kerk werd er gezocht naar een kruispunt van leylijnen.
Water was een belangrijk element. Daardoor werd de energie verhoogd. Over het algemeen is water altijd aanwezig bij een heiligdom. Denk maar aan bronnen die in de oudheid in de nabijheid van kerken lagen. Of aan kerken die bij een bron gebouwd zijn. Of een kerk die over een bron gebouwd is. Soms is er een rivier in de buurt. Dat water werd dan ook gebruikt om te dopen. Er is ook sprake van ondergrondse waterstromen, die de leylijn versterken. Vaak lopen een leylijn en een waterstroom samen door het midden van het schip.
Naast het gebruik van de wichelroede zijn er andere aanwijzingen waardoor je energie kan herkennen. Zo zijn er verhalen over ossen die de plaats van een kerk bepaalden, plekken waar lichten gezien werden of legendes en visoenen die je op het spoor brengen.

Een kerkstichtingssage of legende

In Nijland werd de nieuw te bouwen kerk tot drie keer toe ’s nachts afgebroken. De legende verhaalt hoe twee ossen de juiste plek bepaalden. Ze werden aaneengekoppeld voor een wagen gespannen waar stenen en aarde op geladen waren. De plaats waar de bouwlieden de dieren de andere morgen zouden vinden werd bestemd als de juiste plaats om de kerk te bouwen. De ossen werden in ‘een seer leege plaets gevonden, hebbende op haar Hoornen twee brandende Waskeersen. Toen de bouwlieden dat zagen begonnen ze direct de plaats op te hogen waar ze daarna de kerk op gebouwd hebben’.
In Edam konden de bouwheren het niet eens konden worden over de plaats waar de nieuwe kerk moest komen. Zo werd er besloten om een stier los te laten in het midden van de stad. Deze legde zich ter ruste op een verhoging in het noorden. Dit werd gezien als de goede plaats om de kerk te bouwen. Zo komt het dat de Grote Kerk of Sint Nicolaaskerk aan de buitenrand van het dorp staat en niet in het centrum.

Lichtverschijnselen in Aduard

Het plaatsje Aduard ligt vlak bij Groningen. In de Middeleeuwen werd hier op een onbewoonde wierde een klooster gesticht door de Cisterciënzers. Twaalf monniken en hun abt zijn op weg om een nieuw klooster te stichten. Als ze op zo’n 40 kilometer afstand van hun oude klooster gekomen zijn zien ze ‘s nachts ‘talrijke’ lichten. Het verhaal is opgeschreven in de Abtenkroniek van Aduard. Er staat geschreven ‘dat er op die plaats dikwijls talrijke lichten in het nachtelijk uur waren verschenen, naar vrome overtuiging van wat komen zou. Daarom werkten de gelovigen, door devotie in vuur en vlam gezet, eendrachtig aan de bouw van het klooster, in de hoop dat dit werk welgevallig zou zijn aan de almachtige God, die deze plaats zo overduidelijk van te voren had aangewezen’.

Visioenen Verschijningen en visioenen

Het verhaal van Maria van Hoorn begint met een visioen. Rond 1425 verschijnt ze aan Claes de Molenaer en zijn vrouw. Staande op de maan en omgeven door zonnestralen ziet ze er prachtig uit. Ze verschijnt boven het huis van hun buurman Claes Doedens. Die is niet van plan om zijn huis te verkopen om er een kapelletje voor Maria te laten bouwen. Kort daarna sterft hij aan de pest. Zijn vrouw ziet dat toch als een aanwijzing en zo wordt er aan de Kleine Noord een klein houten kerkje gebouwd. Voor Maria.
In Lourdes kreeg Bernadette Soubirous een aantal visioenen. Tijdens het zoeken naar hout hoorde en voelde ze een windvlaag. In een holle ruimte in de rotswand zag ze een kleine vrouw in een zee van licht die haar glimlachend aankeek. Er werd een basiliek gebouwd aan de voet van de grot. Lourdes is uitgegroeid tot een drukbezochte bedevaartsplaats.

Een kerk bouw je niet zomaar ergens

De drie voorwaarden waarmee rekening gehouden werd bij de bouw van een kerk waren de locatie, de vorm (dus de architectuur) en de verbinding met de hemel. De eerste daarvan was de plaats die voor de kerk gekozen werd.

Verplicht bouwen op heilige plaatsen

Onze voorchristelijke voorouders aanbaden hun goden in de natuur bij bomen, bronnen en stenen. Het waren voor hen heilige plaatsen waar de energie verschilde van die van de omgeving. Toen het Christendom zich verspreidde wilden de kerkvaders daar een eind aan maken.

Daarom werd het in 597 verboden om bomen, bronnen en stenen te vereren. De vanouds heilige plaatsen moesten verwoest worden en de mensen moesten ter kerke gaan. Alleen werkte dat verbod niet. De mensen bleven naar hun oude vertrouwde plekken gaan omdat ze daar hun goden vonden.

Paus Gregorius de Grote veranderde daarom de strategie. Vanaf 601 moesten kerken verplicht gebouwd worden op de oude heilige plaatsen. Die plaatsen moesten dan wel gekerstend worden. Dan kon op verschillende manieren. Door een kruis van wit zand op de oude bodem te strooien of door er wijwater over te sprenkelen.

Dan verandert er iets. Want na 1350 mocht er niet langer op de heiligdommen van de voorouders gebouwd worden. De precieze redenen weten we niet. Het is de periode van de pest. Mogelijk werd die donkere periode gezien als een straf. Misschien was de kennis verdwenen. Of ging die ondergronds. Wat we wel weten is dat je in alle kerken die voor 1350 gebouwd zijn de energie van die oude plaatsen kan waarnemen.

Mariabeeldjes die terugkeren naar een heilige boom

Bij Oirschot, in het bos, staat het Kapelletje van de Heilige Eik. Daar staat een Mariabeeldje dat in het begin van de 15e eeuw in het riviertje de Beerze werd gevonden. Het zou zelfs stroomopwaarts zijn gedreven. Het werd in een eik geplaatst en door de boeren en herders vereerd. Nadat het naar de kerk (in Oostelbeers of Middelbeers) was gebracht keerde het de volgende dag weer terug naar de eik. Bij een tweede poging om haar naar de kerk te brengen keerde het beeldje opnieuw terug naar de eik. Na de derde keer werd er ter plaatse een primitief, houten kapelletje voor haar gebouwd. Het beeldje zou gevonden zijn op 24 juni 1406 (feestdag Johannes de Doper). Zo kreeg het een Christelijk tintje. Het echte beeldje staat nu in de kerk van Oirschot. Er is een jaarlijkse bedevaart naar de heilige eik.

De legende van ’t Lieve Vrouwke van Meerveldhoven vertelt eenzelfde verhaal. Een inwoner van het plaatsje Merfelt ontdekt het Mariabeeldje in de kruin van de eikenboom (1264, waarschijnlijk ouder). Hij neemt het mee naar huis om het te vereren. De volgende dag is het teruggekeerd naar de eik. Hij neemt het beeldje weer mee naar zijn huis. De morgen erna heeft het haar weg naar de boom terug bewandeld. Dat moet wel zo zijn want er zat slik aan haar kleed. Na drie keer begrijpt men dat ze vereerd wil worden op de plaats waar ze hoort. De eik met het beeldje wordt druk bezocht. Al snel vinden genezingen plaats, die aan de tussenkomst van Maria worden toegeschreven. Er wordt een kapel voor Maria gebouwd waarin de boom precies in het midden kwam te staan.

Bronheiligdommen

In Aldeneik (net over de grens in België) staat een bron in de buurt van de kerk. Er is een kapelletje boven gebouwd. Op oude foto’s zie je een bord boven de put hangen met de tekst: Willibrordusput, in de 7de eeuw bouwde H. Willibrordus een doopvont op de plaats van de oude Wodanbron”. Zo kreeg de ‘heidense’ bron een Christelijke naam en bleef in gebruik. Later wordt het verhaal bijgesteld. De put zou als doopput door Willibrord gegraven zijn.
Die bron moet zich oorspronkelijk bevonden hebben in een (eiken)bos. De naam Aldeneik verwijst daar nog naar. Het verhaal vertelt dat een pas bekeerde edelman een goede plaats zocht om voor zijn twee dochters een klooster te bouwen. De plaats moest ‘onontgonnen’ zijn. Na lang zoeken vonden hij en zijn vrouw een heldere bron in een ‘klein en nutteloos bos’. Die plek moest eerst gezuiverd worden van alle sporen van heidens bijgeloof. Waarschijnlijk werd Wodan hier in oude tijden vereerd. Willibrord heeft de bron gekerstend en daarmee ‘gezuiverd’. Het kapelletje is gerestaureerd. De borden zijn verdwenen, maar het verhaal blijft bewaard.

Een link met de zee

Bij Maria van Keins en Maria van Hoorn vinden we een link met de zee. Maria van keins is volgens de legende vlakbij het gehucht Keins bij Schagen aangespoeld en zou als boegbeeld gediend hebben op een Portugees schip.
Maria van Hoorn daarentegen wilde kennelijk de zee niet op. Over haar wordt verteld dat ze vanuit de haven van Hoorn met een schip vervoerd moest worden naar Friesland. De schipper moest vanwege weer en wind tot driemaal toe terugkeren naar de haven. Zo kwam dit beeld in het nieuw gebouwde kerkje daar terecht. Daar heeft de Noorderkerk de naam ‘Vrouwekerk’ aan te danken.
Dat verhaal van een Mariabeeld dat aan land wilde blijven staat niet op zichzelf. Inmiddels verdwenen, stond ze in de Sint Janskerk in Schiedam waar de heilige Liduina elke dag ging bidden. Het kwam daar terecht omdat het schip waarmee ze naar Antwerpen gebracht moest worden niet uit kon varen. Het beeld, dat voorheen makkelijk opgetild kon worden werd loodzwaar en liet zich niet verplaatsen. Op weg naar de kerk was het dragen van het beeld geen probleem. Ze kreeg daar een ereplaatsje.

Herkennen van plaatsen met energie

Als je er oog voor hebt of aandacht voor hebt kun je plekken herkennen waar de energie hoger of lager is dan de omgeving. Het helpt ook als je weet dat je op zo’n plek bent. Dat betekent niet dat je het altijd kan voelen. Het kan afhangen van de tijd waarop je op zo’n plaats bent. Ook de maan kan een rol spelen bij het sterker waarnemen. Het kan zelfs zo zijn dat je de ene keer een sterke energie waarneemt die je de keer erna niet kan traceren.
In de natuur kun je kijken naar bomen. De manier waarop ze groeien vertellen je iets over de plek. Dat geldt ook voor dieren. Waar het ene dier zich prettig voelt probeert het andere dier zo’n plek misschien te vermijden. Namen van steden en volksnamen kunnen je iets vertellen over hoe mensen bepaalde plaatsen ervaarden. Of juist het tegenovergestelde: de plaatsen kregen namen om de mensen er weg te houden. Tenslotte kun je in je lichaam soms energie waarnemen, of voel je je ergens prettig of juist niet.

Bomen die je iets vertellen

In de natuur vind je op een energiebaan vaak bijzondere bomen, zoals: meer stammige bomen, bomen met een gedraaide stam of bomen met hele kronkelige of knobbelige stammen en takken. Die bomen laten je weten dat ze het niet erg naar hun zin hebben. Scheve bomen groeien weg van een teveel aan energie.
Wateraders kunnen ook een indicatie zijn voor scheefgroei of spitsen. Bij veel water in de buurt kom je vaak bomen met knobbels tegen en is er veel mos op de stam. Kerken en water vind je vaak samen.
De eik vind je veel op krachtplaatsen (Wodan). De linde is gewijd aan de godin Freya.
Er zijn bomen en struiken die vluchten voor sterke aardstralen, zoals sparren. En er zijn bomen die zoeken het juist op zoals de vlierbes, de hazelnoot en de brandnetel. Maretak, taxus, meidoorn en jeneverbes komen veel voor op krachtplaatsen.

Een gekerstend heiligdom In Anloo

Waarschijnlijk is het eerste houten kerkje in Anloo op een voorchristelijk heiligdom gebouwd. Er zouden twee hunebedden bij de kerk gestaan hebben, die mogelijk voor de fundering zijn gebruikt. Het grootste ervan lag vlak aan de zuidmuur en een kleinere nog wat zuidelijker. Op de foto zijn zwerfstenen te zien die bij het hunebed gehoord hebben. Je zou de naam Anloo kunnen vertalen als ‘de heilige plaats van Anna’. Het woord ‘loo’ kan zowel ‘open plek in het bos’ als ‘bosje op hoge zandgrond’ betekenen. Vanuit het Latijn wordt ‘loo’ vertaald als ‘heilige plaats’. Kelten en Druïden vereerden hun godin op open plekken in het bos.

Op een fresco in de kerk ligt Maria met het kindje Jezus in haar armen. Maar het tafereel klopt niet helemaal. Kan het de moedergodin Anna zijn die daar we daar zien? Jozef is niet afgebeeld en de vorm van de stal lijkt een beetje op een grot.

Dieren zoeken hun eigen plek

Het gedrag van dieren geeft een aanwijzing voor de soort energie. Katten, muggen, wespen en mieren zoeken activiteit. Er zijn groepen muggen die in spiralen dansen. Mierenhopen krioelen van leven, katten zoeken plekken op om zich op te laden. Honden, konijnen en cavia’s zoeken een plek waar de energie rustgevend is (denk aan de koeien en ossen die de plaats voor de kerk bepaalden.

Plaatsnamen en volksnamen

Plaatsnamen en volksnamen kunnen je een handje helpen. Het Engelse woord ‘ley’ betekent zoiets als luwte. In de loop van de geschiedenis is het verbasterd tot ‘lee’, ‘lei’, ‘loo’, ‘leeuw’. ‘Wy’ is het oude woord voor tempel uit de Keltische tijd.
‘Duivelsbergen’ en Heksenbergen’ kunnen duiden op voorchristelijke heiligdommen.

Waarnemen met je lichaam

Je kan verschillende sensaties waarnemen in je lichaam. Soms kun je hele zware voeten krijgen. Bijvoorbeeld als je ergen in een kerk of gewoon op een bankje zit. Ik vergelijk dat altijd met een batterij. Je handen kunnen gaan tintelen of prikkelen. Soms kun je een soort ‘doof’ gevoel bij je oren krijgen, een soort druk ervaren. Of je kan ergens staan en energie bij je hoofd voelen. Je kan een plek als rustig of stil ervaren. Of je voelt helemaal niets. Dat is ook goed.

Joke Visker-Lievaart, 10 april 2026